soldaten
zeer kort verhaal
seizoenszine
"Uit het water zijn soldaten opgerezen. Ze houden hun geweren stevig vast en kijken ons streng aan, maar zeggen niets. Sommigen lopen, netjes over de stoep, naar de Spar in het dorp en kopen daar een broodje. Anderen spreiden hun handdoeken uit en genieten van de zon. Een enkeling trekt de duinen in. Het lijken net mensen, tot ik met één van hen (een man die op mijn opa lijkt zoals ik hem ken van foto’s) een praatje wil maken en hij zijn geweer op mij richt. Zodra ik vier stappen achteruit heb gezet, lijkt hij me weer te zijn vergeten. Ik blijf ze van een afstandje bekijken, zie hoe ze wijn drinken en roken. Als het begint te schemeren, pakken ze hun handdoeken op en verdwijnen de zee weer in."
WFG
Kort verhaal
deus ex machina (nr. 188)
"Het is al twaalf dagen verschrikkelijk zeikweer en al twaalf dagen is de vangst veel te mager. Tom heeft zijn handschoenen uitgetrokken en wrijft zijn handen tegen elkaar, zijn vingers zijn koud en stijf als haringen in een koelton. Voorin de curragh zit Green zo stil dat Tom het gevoel krijgt dat die ouwe in slaap gesukkeld is. Op het bankje achter Tom zit Liam, hij hangt over de riemen als een slappe makreel en leunt op het voorste puntje van zijn laarzen. Hij wiebelt als een gek met zijn benen, misschien om zichzelf warm te houden. Gister vingen ze zeventien haringen en de dag ervoor negentien. Veel te weinig. En vandaag hebben ze nog helemaal niks.

Green draait zijn hoofd; hij slaapt dus niet. Onder het randje van zijn vissershoed door kan Tom zijn ogen zien bewegen. Ze schieten heen en weer over het wateroppervlak en zien dingen die geen enkele andere visser kan zien: kleine veranderingen in de golven, vreemde bewegingen onder water. Al vijftien jaar werken ze samen, maar nooit heeft Tom de mysteries van de zee kunnen ontrafelen zoals Green dat kan. Het is ongelooflijk wat die man met het blote oog kan zien. Dat is wat hem zo goed maakte, ooit. Dat is waarom Tom jaren geleden voor hem is gaan werken, toen iedereen in de wijde omtrek van Galway de naam William Green kende, toen hij bekend stond om zijn geweldige instincten en zijn fijnzinnige gevoel voor de haringen.

Tegenwoordig is dat wel anders. Het gaat achteruit met Green. Het komt door de regen, beweert hij. Met dit weer duiken de vissen dieper onder water en laten ze zich aan de oppervlakte nauwelijks nog zien. Soms zegt hij dat het aan zijn ogen ligt, dat zijn zicht slechter wordt, soms zegt hij dat het een matig seizoen is dit jaar. Maar is er meer aan de hand, dat weet Tom best. En Green zelf weet het natuurlijk ook."

GEEF DE DAG EEN NAAM
AFSTUDEERWERK
FRAGMENT OP HARD//HOOFD
"Felipe liep voorzichtig door het appartement, luisterde naar het gestommel van de bovenburen dat door het plafond naar beneden zonk. Hij ging naar de keuken om een glas water te pakken. Het aanrecht lag vol met vieze borden, mokken, lepels en ontbijtschaaltjes. In de hoek naast de koelkast stonden lege bierflesjes. Felipe trok een voor een alle kastdeurtjes open op zoek naar een schoon glas. Hij vond alleen een pak rijst, een potje suiker en een zak chilivlokken. Hij pakte een van de vieze glazen van het aanrecht en spoelde het schoon. Om bij de kraan te kunnen, moest hij op zijn tenen staan. De kraan piepte en het water kwam er met onregelmatige stoten uit. Het smaakte anders dan in Nederland, bitter bijna, en hij kneep zijn ogen dicht terwijl hij het doorslikte, slok na slok. Het lege glas zette hij neer op het aanrecht naast een asbak met half opgerookte sigaretten.

Hij bleef een paar tellen staan in de keuken die rook naar de kleine prullenbak van thuis, waar hij van zijn moeder zijn bananenschillen in moest doen. Hij luisterde naar de geluiden die hij niet kende, waarvan hij de bron niet kon herleiden, en hij dacht aan al het speelgoed dat nog thuis lag, dat hij was vergeten aan zijn moeder te geven zodat zij het in zijn koffer kon stoppen.

Hij voelde in zijn broekzak, haalde de blauwe Volkswagen eruit en fantaseerde dat de keuken een raceparcours was: het startpunt was een mes dat op het aanrecht lag. Hij telde af, riep
Pang! en reed met het autootje over de rand van het keukenblad. Hij reed over de bruine kastjes, over de deuren en hendels, liet de speelgoedauto een salto maken in de lucht en neerkomen op de eettafel. Via de muren racete hij naar de woonkamer. Hij reed over de salontafel en de rugleuning van de bank. Het parcours ging door in de badkamer: de wasbak werd een halfpipe en de badkuip een schans. Met zijn mond bleef hij continu geluiden maken zodat hij de andere geluiden van het appartement niet zou horen."